Taal (dialect) van de Fläming  

 

Tot het midden van de 20ste eeuw kon men het Flämische dialect uit de Fläming, vooral bij de oude generatie, nog horen. Dit dialect had zijn oorsprong in de Middeleeuwen toen de Vlamingen en de Hollanders deze regio gingen bevolken. Sommige heimatonderzoekers uit de 19de en 20ste eeuw hebben dit dialect door middel van gedichten, artikels en beschrijvingen op papier gezet. Daartoe behoort ook Otto Bölke, de Flämingpredikant uit Blönsdorf. Men kan vele kleine boekjes en schriften voorleggen.

Als voorbeeld een gedicht van hem:

 

Onlangs heeft de studente Heriette van Iperen in het kader van haar eindwerk

"Flämische en Hollandse nalatenschap in Duitsland"

een gecommenatrieerde vertaling van het Flämische dialect naar het Nederlands en Duits gemaakt. Haar werk is gebaseerd op het boekje "Wat von hem" van de bekende Flämingpredikant Otto Bölke.

 

 

Henriette von Iperen

 

 

Nadere inlichtingen verkrijgt U natuurlijk in het contactbureau/vereniging Fläming-Flandern n.v. in Wittenberg.

 

Muziek en taal

 

De Duits-Belgische groep "Flandrische Töne" onderneemt een poging om een 

muzikale-literaire brug te bouwen tussen nederlandse/vlaamse teksten, liederen en liriek uit Europa en Duitsland.

 

Medewerkers zijn: (van rechts naar links)

Rainer Schultz, Jutta Rennicke, Matthias Schollmeyer, Frauke Groß, Jan de Piere

 

De groep werd gevormd met de heropening van de contactbureau´s in 2002.

Deze landoverschrijdende duits-vlaamse cultuur dient als voorbeeld daarvoor, net zoals muziek en talen, die ook het integratieproces tussen Europese volkeren versterkt.

 

De gewoonten en gebruiken van de Fläming

 

 

Klemmeisen

De gewoontes en gebruiken van onze voorouders zijn van oudsher nauw verbonden geweest met het verloop van het jaar en van het mensenleven.

Vooral de beide zonnewenden en het ontwaken van de natuur in de lente spelen een grote rol. Met de kerstening en de immigratie van onze Vlaamse voorouders werd het kerstfeest het belangrijkste kerkelijk feest van het jaar. Voor de vasten- en passietijd, dus 47 dagen vóór Pasen, vierde men twee dagen lang het dorpse carnaval (of vastenavond), waarmee het qua duur de grote kerkelijke feesten evenaarde. Nu nog wordt in de Fläming vastenavond gevierd. Pasen, het christelijk feest van de verrijzenis, is nog altijd belangrijk.  De oeroude symbolen van de vruchtbaarheid, het ei en de haas, zijn tot nu gebleven.

Hemelvaartsdag en het op één na grootste lentefeest, Pinksteren, worden op de traditionele wijze gevierd. De zonnewende van de zomer werd vooral op het platteland vroeger altijd als feest van de vreugde gevierd en dat met de dans rond de sint-janskrans. Het oogstfeest is nog altijd een kerkelijke traditie. De traditionele feesten in het verloop van een mensenleven zijn nauwelijks veranderd. Naast doop, communie (bij de katholieken), confirmatie (bij de protestanten) en bruiloft met de vrolijke avond ervoor (“Polterabend”) zijn er in onze tijd nog een paar feesten bijgekomen:  de “Einschulung” (eerste schooldag) en de “Jugendweihe” (bij het verlaten van de basisschool).

 

Bijzondere volksfeesten in de Fläming zijn ook:

 

het Fläming-lentefeest op de laatste zondag van april,

de pottenmarkt in Görzke  op Paaszaterdag en –zondag,

het aspergefeest in Beelitz in het eerste weekend van juni,

het Flämingfestival in het vierde weekend van juni,

het Wittenbergs stadsfeest “Luthers Hochzeit”(Luthers bruiloft) in het tweede weekend van juni.

 

 

boven