Der Fläming

Zacht glooiende heuvels, uitgestrekte bossen, verborgen dorpjes, omgeven door prachtige weiden en akkers, verlenen de Fläming zijn oereigen karakter. Als noordelijkste heuvelgebied van Duitsland vóór de zee, loopt de bosrijke Fläming met heuvels tot 200 m boven de zeespiegel door het noordelijk gedeelte van het district Wittenberg. De wandelaar vindt er overal aan de rand van de weg overblijfselen uit de laatste ijstijd: stenen die daar verzameld werden. Niet zelden liggen er ook machtige, duizenden kilo‘s zware zwerfblokken als stenen getuigen van de natuurkrachten in dennen- en loofbossen.

Als toeristisch gebied omvat de Fläming vijf districten: Anhalt-Zerbst, Jerichower Land, Potsdam-Mittelmark, Teltow-Fläming en Wittenberg, in de twee deelstaten Saksen-Anhalt en Brandenburg. Om het even of men te voet, met de fiets, met de trein of met de bus reist, de Fläming biedt een interessante mengeling van puur natuur, levend handwerk en traditionele gebruiken.

Iets bijzonders is de traditionele klederdracht van de Fläming, die tegenwoordig weer gedragen wordt op folkloristische feesten, het feest van het Wittenbergse oude stadscentrum en het Fläming-lentefeest.

 

Vlaanderen

 

Het oude Vlaanderen en de zee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De naam Vlaanderen verwijst naar het gebied tussen de zee en het land, het overstromingsgebied dat vaak meer dan 10 km breed was, maar later ingepolderd werd. Zijn gunstige ligging in het midden tussen Noord-, Midden- en Zuid-Europa bracht welvaart met zich mee. In de middeleeuwen werd Vlaanderen het centrum van de Europese handel en textielindustrie (laken!) met steden als Brugge, Ieper en Gent. Op het einde van de 15e eeuw verschoof het centrum naar Antwerpen.

Vlaanderen kreeg ook telkens te maken met andere heersers: de Romeinen, de Franken, de Fransen, de Bourgondiërs, de Spanjaarden, de Oostenrijkers, weer de Fransen, de Hollanders, tot in 1830 het koninkrijk België gesticht werd. Toch was Vlaanderen nog niet vrij, want het kreunde onder het juk van de Franstalige bourgeoisie. Het Frans was al sinds de Bourgondische tijd de officiële taal. Het Vlaams was de taal van de lagere lagen van de bevolking.

Maar het tij keerde. Geleidelijk dwongen de Vlamingen gelijke rechten af. Het arme Vlaanderen van de 19e eeuw werd in de loop van de 20e eeuw een der welvarendste streken op aarde. De Vlamingen zetten hun kaarten op nieuwe technologieën en dienstverlening en benutten de gunstige ligging van hun land. Maar ook de toeristische sector bloeit, want in steden als Brugge, Brussel, Gent, Antwerpen etc. is het verleden onmiskenbaar aanwezig. Het vlakke land gaat in het Zuiden en in Oost-Vlaanderen en Brabant lichtjes golven en in het Noorden vindt de natuurliefhebber heerlijke dennenbossen en bijna ongerepte heidelandschappen.  

 

boven